De Schatkist en de Magische Hartenmunten

Kerst  

De kerstboom was bijna opgetuigd. Alleen de piek moest nog geplaatst worden en dan kijken of alle lichtjes het nog deden. Mees stak de stekker in het stopcontact. Het was altijd weer een spannend en opwindend moment om de lampjes in de kerstboom voor het eerst te zien branden. De lichtjes deden het, en hoe! Mees voelde zich blij. Kerstmis gaf hem altijd zo’n speciaal gevoel. 

Buiten was het guur en koud. De winter was echt begonnen. De nieuwslezer op de radio had zojuist de eerste sneeuwbui van het jaar aangekondigd. Binnen brandde de kachel. De houtmand naast de kachel was gevuld met gedroogd hout. Rex de hond tuurde nieuwsgierig naar de spelende vlammen die op hun beurt hem heerlijk verwarmden. De lichtjes in de kerstboom schenen op de mooie nieuwe kerstbal die Mees die middag uit het kerstpakket van zijn moeder had gevist. Nou ja, eigenlijk was het geen kerstbal maar was het een kerstbal in de vorm van een hart. Een prachtig gouden hart. Met glinsterende glitters waren in kleine mooie sierlijke letters aan de ene zijde de woorden Geloof, Hoop en Liefde te lezen. Draaide je het hart om dan stond er Verleden, Heden en Toekomst. Mees voelde nog de schok in zijn lijf toen hij die middag bij het uitpakken van het kersthart deze woorden ontdekte. Wat hing het nu prachtig in de boom. Met de lampjes eromheen was het een echte blikvanger. De zachte glinsteringen van de glitters trokken als vanzelf je aandacht. “Wat is licht toch mooi”, flitste het door hem heen. Het was alsof hij werd meegezogen in het weerspiegelende gouden licht. Alsof het licht een lichtbundel naar zijn ogen zond en zijn ogen het licht weer terugkaatsten naar het hart. Het herinnerde hem aan dat bijzondere avontuur van jaren geleden. Wat was er sindsdien veel gebeurd en hoe vreemd was het allemaal begonnen. Nog steeds kijkend in het zachte licht van de reflecterende glitters voelde hij hoe zijn ogen zwaarder werden en hoe zijn lichaam zich ontspande. Steeds helderder en scherper zag hij voor zich hoe dat bijzondere avontuur die bewuste zondagmiddag was begonnen en zag hij hoe hij en zijn broer en zusjes en de buurkinderen Nora en Lars op weg waren naar hun geheime plek in het bos………….

De bouw van de ondergrondse hut 

Gelukkig was het vandaag mooi weer. Mees, Noud, Femke, Emma, Nora en Lars waren op weg naar hun geheime plek in het bos. Een prachtige open plek waar de zon door het bladerdek van de hoge bomen een bijzonder licht verspreidde. Precies diep genoeg in het bos. Wandelaars zouden hen niet ontdekken. Het was ook precies aan de rand van het bos met uitkijk over het enorme grasland van boer Berenschot. Overzicht alom en met in de verte het uitzicht op de boerderijen van hun ouders, waar ze samen als buurkinderen hun leven lang al woonden, was dit de perfecte plek om hun ondergrondse hut te bouwen. Vooral de baron mocht hen niet ontdekken. Het was zijn grondgebied. Hij zou ze wegsturen, daar waren ze van overtuigd. Misschien zou hij ze zelfs oppakken en naar hun ouders brengen. Ze waren door hem al eens eerder gezien toen ze het oude tuinmanshuis aan de overkant van de gracht bij het kasteel aan het doorzoeken waren. Hoewel ze heel goed wisten dat ze niet zomaar in iemands huis of schuur mochten komen, had een niet tegen te houden gevoel van nieuwsgierigheid en een vreemde aantrekkingskracht hen ertoe aangezet het oude tuinmanshuis binnen te gaan. Alleen omdat ze zich nog net op tijd konden verstoppen en zich muis- en muisstil hielden, werden ze niet door de baron ontdekt. De mompelende woorden van de baron dat hij toch zeker wist dat hij een aantal van die dekselse kinderen hier uit de buurt bij het tuinmanshuis had gezien die hij, als hij ze te pakken zou krijgen, eens flink de les zou lezen om ze dan naar hun ouders te brengen, hadden diepe indruk op de kinderen gemaakt en gonsden nog door in hun hoofden. 

‘Kom, we gaan verder werken aan onze ondergrondse hut. Noud, jij gaat met Femke en Emma op zoek naar boomstammen en takken waarmee we de hut van binnen gaan bekleden en van boven gaan afdekken. Lars en Nora gaan met mij mee om verder te graven.’ Mees stond op om op weg te gaan, ondertussen zoekend in de schuur naar de schop, een zaag, hamers, spijkers en emmers. Het was zorg dat ze niet gezien werden, ook niet door hun ouders want die zouden alleen maar lastige vragen stellen. Mees, Noud, Femke en Emma wisten dat het gereedschap van hun vader altijd up-to-date was. Met de scherpe schop en de scherpe zaag zou het een makkie zijn om de ondergrondse hut verder uit te graven en het dak erop te timmeren. 

‘Hé Lars, hier komt weer een emmer’. Het viel niet mee voor Nora om de zoveelste zware emmer die door Mees was vol geschept boven haar hoofd uit te tillen, maar de sterke armen van haar broer grepen nog net op tijd het hengsel en voorkwamen dat de emmer kantelde en zijn zus zou worden bedolven door bosaarde. Hoewel, heel stiekem lachte hij want hij zag het al voor zich en dan vooral hoe ze zou reageren. Hij kende zijn zusje. Met een big smile op zijn gezicht om dit binnenpretje verspreidde hij het zand in het bos. Iedereen werkte gestaag door. Noud, Femke en Emma sleepten de door de houthakkers her en der achtergelaten takken en boomstammen aan. De ondergrondse hut zou een stevig dak krijgen. 

“Ik denk dat het nu diep genoeg is”, liet Mees weten, die met een rood hoofd de kuil uitklom en het zand van zijn kleren begon te kloppen. “Mag ik even”? Noud sprong in het diepe gat.” Nou broertje ik denk dat het net niet diep genoeg is hoor, je zult je hoofd stoten als het dak erop ligt. Geef die schop maar even hier.” en met een ferme uithaal plantte Noud de schop in de grond. Wat die hele middag zo gemakkelijk door Mees was gedaan, het volscheppen van de emmers, ging nu plots heel anders. Met een schok stond de schop stil. Iedereen had het gehoord. Niet alleen stond de schop met een schok stil, er kwam ook een soort van dof geluid onder die schop vandaan. Noud stak opnieuw de schop in de grond. Weer met een doffe plof stuitte de schop op iets dat schijnbaar in de grond verborgen lag. ‘Er ligt hier iets,’ klonk opgewonden uit ieders mond. Met z’n zessen begonnen ze te graven. Tot hun stomme verbazing legden hun handen in no time een houten kist bloot. Het was betimmerd met ijzer, of was het koper? “Wauw, we hebben een schat gevonden!”, riep Femke verrukt uit. 

Met z’n allen kropen ze uit de kuil. Noud, die door Mees werd geholpen, zette de kist op de grond. “Ik zie geen slot, kan het open?’ Emma wreef zich over haar pijnlijke knie. “Dat gaan we zien, Emma. Kom Noud, kan het open?” Noud wrikte en wrikte. De scharnieren waren roestig geworden door het vochtige zand. Het deksel liet zich daarom moeilijk openen. Noud probeerde zo goed en zo kwaad als het ging het zand van het deksel te poetsen. Langzaam kwam er beweging in. Alle neuzen tuurden in dezelfde richting en verdrongen zich om een eerste glimp van de inhoud in de kist op te vangen. 

Het deksel piepte zacht. Noud moest het met enige kracht omhoog duwen. Zo donker en 

met duidelijke zandsporen en vochtplekken op de buitenkant van de kist, zo mooi en 

schoon zag de kist er van binnen uit. “Wauw!” ging het zachtjes door de groep. De tand des tijds leek geen vat te hebben gehad op de inhoud. De bodem en de zijkanten van de kist waren bekleed met een zachtgele fluwelen stof. Op de zachte fluwelen bodem lagen attributen die door de kinderen met nieuwsgierige aandacht werden bekeken. “Ik zie een brief”, was de snelle opmerking van Emma. “Wat ligt daar? Het lijken wel harten,…. eeeh zijn dat munten?” riep Femke opgewonden. Mees pakte de brief uit de kist. Het zag er oud en perkamentachtig uit. Het was opgerold en werd bij elkaar gehouden door een zegel. Het rode zegel was nog intact. Toen kwamen de munten aan de beurt. Ze zagen eruit als harten. Ze waren dof groen uitgeslagen en best groot. Zo groot als een echt hart. Het was duidelijk te zien dat het oude geslagen hartenmunten waren, maar wat erop stond was moeilijk te lezen. Noud bedacht zich geen moment. Een beetje spuug zou best eens kunnen helpen en voordat iemand een ander idee kon opperen spuwde hij de eerste hartenmunt vol en wreef de munt met de mouw van zijn trui schoon. Wat niemand had verwacht gebeurde zomaar plots voor hun ogen. De munt begon te blinken en te schitteren als goud. Iedereen kon lezen dat in de munt het woord ‘Geloof’ was geslagen. “Dan staat er vast ook wat op de achterkant,” riep Nora opgewonden uit. Noud draaide de munt om, spuwde erop, wreef de munt met de mouw van zijn trui schoon en zie, ook nu veranderde de groene munt in een prachtige gouden munt en voor ieders ogen verscheen het woord ‘Verleden”. “Vooruit Noud, maak snel ook de andere munten schoon, ik wil weten welke woorden daarin staan geslagen”. Mees reikte Noud de andere twee munten aan. Die liet zich dat geen twee keer zeggen. Terwijl Noud de munten schoonmaakte en het blinkende goud tevoorschijn kwam, probeerde Mees het zegel van de brief voorzichtig los te peuteren. Hij wilde de brief niet beschadigen. “Moet je nu toch zien wat er op staat. Op deze munt staat ‘Hoop’ en op achterkant ‘Heden. En kijk hier staat ‘Liefde’ en op de achterkant ‘Toekomst’. Dus drie hartenmunten met Geloof, Hoop en Liefde en Verleden, Heden en Toekomst” was de snelle conclusie van Emma. “Maar wat staat er in de brief? Kom Mees, lees voor”. Femke kon nauwelijks de opwinding in haar stem verbergen. “Okay luister, ik ga hem jullie voorlezen”. Mees schraapte zijn keel en zijn ogen gleden even snel over de woorden die in een zeer oud handschrift leken te zijn geschreven. Het duurde even voordat hij het handschrift kon ontcijferen. Langzaam las hij de brief voor. 

Beste Kinderen van de Aarde, 

Als brief ben ik al honderden jaren oud. Op het moment dat ik werd begraven wist ik, dat ik eens tezamen met de Magische Hartenmunten gevonden zou worden door zes kinderen. Hun namen staan in deze brief genoemd: Mees, Noud, Femke, Emma, Nora en Lars. Zij zullen mij vinden in het jaar 2018.
Deze kinderen zullen de hartendragers gaan worden van de munten Geloof, Hoop en Liefde. Zij kunnen met deze magische munten alles ten goede veranderen in het Verleden, het Heden en de Toekomst. 

Wensen jullie Geloof, dan zal de munt Geloof mensen bergen laten verzetten. Wensen jullie Hoop, dan zal de munt Hoop de mensen wakker schudden om hun dromen waar te maken.
Wensen jullie Liefde, dan zal de munt Liefde de mensen helpen om oorlogen en geweld te stoppen. 

Jullie zijn uitgekozen om dit aan de mensen te gaan vertellen.
Neem één voor één de hartenmunten in jullie handen, leg ze op je hart en spreek de woorden uit: “Geloof, Hoop en Liefde zijn er altijd geweest en zullen er altijd zijn, in het Verleden, het Heden en de Toekomst. Het woont in de harten van alle mensen. We noemen het Licht”.
De magische kracht van deze hartenmunten zal in jullie harten en in de harten van alle mensen het licht ontsteken. Zo staat geschreven en zo zal dit een waarheid worden en jullie zullen als Kinderen van de Aarde het leven op aarde voorgoed veranderen. 

was getekend: 14 december 1503, de Kluizenaar van het Tuinmanshuis. 

Het was doodstil. Iedereen probeerde de betekenis van deze geheimzinnige brief te begrijpen en de woorden tot zich door te laten dringen. Hoe kwamen hun namen in die brief terecht? Hoe was het mogelijk dat het jaartal klopte? Wat betekenden deze gouden hartenmunten? Welke opdracht hadden zij te doen? 

“Holie de bolie”, sprak Femke met zachte stem. “We hebben dus echt een schat gevonden’……… 

Schrijfopdracht:  Jouw verhaal begint met de brief. Hoe gaat nu het verhaal verder? Wat gaan de kinderen Mees, Noud, Femke, Emma, Nora en Lars met deze schat doen? Zoals je weet zijn het drie magische munten waarmee met Geloof, Hoop en Liefde het Verleden, het Heden en de Toekomst veranderd kunnen worden. 

Wat zou jij met de munten willen gaan doen? Wat zou jij ermee ten goede willen veranderen? Is dat iets in het Verleden, is dat iets in het Heden of wil je er iets in de Toekomst mee doen? 

De munten hebben dus de magische kracht dat ze het Verleden(de geschiedenis) kunnen herschrijven, het Heden ( waarin we dus nu leven) kunnen aanpassen en de Toekomst ( dat wat nog komt) kunnen voorbereiden. Hoe ziet jouw magisch verhaal eruit!